Chantal Blaak interview #4

De uitslag zegt niet alles

Na een rustige periode in het dames wielrennen breekt nu het moment aan voor Chantal Blaak om zich te richten op nieuwe wereldbeker wedstrijden. Daarnaast kreeg ze afgelopen week te horen dat ze genomineerd was voor de Olympische Spelen van 2012, een goed begin van de tweede helft van het wielerseizoen. Reden genoeg om weer met Chantal aan tafel te gaan zitten voor een gesprek.

Allereerst natuurlijk gefeliciteerd met de nominatie voor de Olympische Spelen van 2012. Je bent samen met 5 andere genomineerd door het NOC*NSF. Is dit een extra motivatie voor de komende periode?

Dit is zeker een extra boost voor de rest van het seizoen, ik zat natuurlijk een beetje in een mindere periode en dan komt dit wel heel goed uit. Je krijgt een goed gevoel als je hoort dat je genomineerd bent en dat geeft vertrouwen.

Wanneer kreeg je zelf te horen dat je genomineerd was?

Eigenlijk wisten we het al een paar dagen maar we moesten het even stil houden. Het NOC*NCF zou met een persbericht komen en daarna mocht ik het gaan vertellen. Maar in principe zegt de nominatie nog niets, ik ben natuurlijk er natuurlijk heel blij mee maar ik moet mijzelf de rest van het seizoen nog wel laten zien om ook daadwerkelijk naar de Spelen te mogen. De verwachting is ook dat er nog wel meer renster genomineerd zullen worden. Ik moet er dus nog hard voor gaan werken maar heb er alle vertrouwen in.

Ook een aantal teamgenoten zijn genomineerd en wellicht worden er dus ook nog andere genomineerd. Zorgt dit voor enige concurrentie?

Nee, niet echt eigenlijk. Op het momenten dat er bijvoorbeeld meerdere renster zich goed voelen in een wedstrijd lost dit zich ook van zelf wel op. Dit geeft ook later geen problemen. Dus ik denk ook niet dat het nu anders zal gaan. En door de diversiteit in het team heeft iedereen zijn eigen specialisme bijvoorbeeld Kirsten (Wild) met haar sprint. Voorafgaand aan de wedstrijd wordt ook vaak besproken wie welke taak op zich neemt en voor het begin, midden of de sprint is. De taken zijn dus duidelijk verdeeld en het belang van het team is ook erg groot. Zonder team is het heel lastig rijden.

Kan je een voorbeeld geven van een moment waarbij de kracht van jullie team naar voren kwam?

De kracht van ons team is dat we in de breedte heel goed zijn en voor elkaar werken. De Ronde van Gelderland hebben wij als team zijnde heel goed gereden. Ik zat in de kopgroep en Kirsten (Wild) in het peloton. Ik heb toen niet maximaal gereden omdat we ook Kirsten nog hadden en ik haar nog kon helpen bij de sprint. Uiteindelijk hadden we koers in handen en kon ik haar helpen in de finale, Kirsten werd toen 2e. Veel mensen zeiden na afloop tegen mij: “Je had moeten winnen!” Maar ik weet dat we het als team gewoon heel goed gedaan hadden en was daar trots op. Dan maakt een 65 of 66ste  plek niets uit.

Bij een overwinning wordt vaak ook één renster in het zonnetje gezet terwijl het ook een teamprestatie is. Hoe ga je daar mee om?

Ik heb daar geen probleem mee, je krijgt als je goed werk verricht achteraf genoeg complimenten en bedankjes van het team en de mensen daar om heen, je weet waar je het voor doet. Wat je wel ziet is dat andere tegen je zeggen: “Waarom reed je niet door” en “Hoe kan het nou dat je 60ste bent geworden”? Het voor hen moeilijk te begrijpen dat je dan eigenlijk goed gereden hebt en je bijvoorbeeld 100 a 200 meter bij een sprint helemaal kapot gereden hebt om Kirsten in een goede positie te brengen. Als renster val je na dat stuk vaak helemaal stil en eindig je dus vaak in het peloton of nog daar achter. De uitslag zegt dus niet altijd alles.

Een andere belangrijke schakel naast het team is het materiaal en het onderhoud daarvan. Hoe gaat dat bij AA Drink/Leontien.nl?

Het materiaal is voor ons natuurlijk heel belangrijk want als er iets kapot gaat is het zo over. Bij ons wordt dat echt fantastisch geregeld en hebben wij als rensters er bijna geen omkijken naar. De mechaniek zorgt dat alles top is, wij moeten van hem voor een wedstrijd ook nog alles nakijken maar dat is eigenlijk niet nodig. De fietsen zijn namelijk altijd top. We kunnen bij wijze van spreken met onze ogen dicht op de fiets stappen.

Hoeveel fietsen heeft een wielrenster eigenlijk?

Nou ik heb er in ieder geval twee, een wedstrijdfiets en een trainingsfiets. Vaak hoef ik ze ook niet eens mee te sjouwen en staan ze klaar voor mij of moeten ze op het dak van de auto. Ook het onderhoud van mijn trainingsfiets wordt trouwens gedaan door de mechaniek van AA Drink/leontien.nl. Als er wat mis is laat ik het even weten en wordt hij zo gemaakt, erg handig.

Na een redelijk rustige maand staat de eerste Wereldbeker wedstrijd 5 juni op het programma. Zie je deze wedstrijd met vertrouwen tegemoet?

Ja zeker, ik heb het misschien we lastig gehad de afgelopen tijd maar met de rust en de nominatie op zak ben ik helemaal klaar voor de rest van het seizoen. Deze wedstrijd kan een eerste stap zijn in de richting van een goede tweede helft met het EK, NK en Giro in het vooruitzicht.

 

 

 

 

 

 


Published: 30-05-2011
Number of views: 230

Back
De uitslag zegt niet alles